Kennisbank

Box 3 belasting: wat is het en hoe werkt het?

Aquarelillustratie van een Nederlandse grachtenkamer met spaarpot op tafel in warm middaglicht

Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat gaat over je privévermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen. In de huidige box 3-systematiek berekent de Belastingdienst in eerste instantie een forfaitair rendement. Dat is een rendement dat de wet veronderstelt dat je hebt behaald. De Belastingdienst kijkt daarvoor naar je bezittingen en schulden op 1 januari, houdt rekening met het heffingsvrije vermogen en berekent op basis daarvan je box 3-inkomen.

Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement? Dan kan het lagere werkelijke rendement worden gebruikt. Vanaf belastingjaar 2025 geef je het werkelijke rendement door in de aangifte inkomstenbelasting.

Hieronder lees je wat er precies in box 3 zit, hoe de berekening in 2026 werkt en waarom dit onderwerp extra relevant is als je ondernemer bent met een BV of daarover nadenkt.

Wat is box 3 en hoe past het in het boxenstelsel?

De inkomstenbelasting kent drie boxen. Elke box heeft een eigen soort inkomen en een eigen tarief.

  • Box 1: inkomen uit werk en woning. Hieronder vallen onder andere loon, winst uit onderneming, pensioen en inkomsten en aftrekposten rondom de eigen woning.
  • Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang. Heb je 5% of meer van de aandelen in een BV, dan vallen bijvoorbeeld dividend en verkoopwinst op die aandelen in box 2.
  • Box 3: inkomen uit sparen en beleggen. Hier valt in beginsel je privévermogen onder dat niet in box 1 of box 2 wordt belast.

Die driedeling verklaart waarom box 3 voor ondernemers relevant is. Beleggingen die je privé bezit, kunnen in box 3 vallen. Beleggingen die je BV aanhoudt, vallen niet in jouw box 3. De BV betaalt vennootschapsbelasting over haar fiscale resultaat. Wanneer winst vervolgens als dividend naar privé wordt uitgekeerd, kan daarover box 2-belasting verschuldigd zijn.

Wat valt onder box 3?

In box 3 tel je in beginsel mee wat je op 1 januari privé bezit en dat niet in box 1 of box 2 thuishoort. Denk onder andere aan:

Voor contant geld geldt in 2026 een vrijstelling van € 672. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan geldt de vrijstelling gezamenlijk voor jullie beiden.

Daar staan box 3-schulden tegenover. Alleen het deel van de schulden boven de schuldendrempel is aftrekbaar. In 2026 bedraagt deze drempel € 3.800 zonder fiscale partner en € 7.600 met fiscale partner.

Je eigen woning en de bijbehorende eigenwoningschuld vallen in beginsel in box 1. Heb je een aanmerkelijk belang in een BV, dan vallen die aandelen in box 2. Ook ondernemingsvermogen van een eenmanszaak, pensioen- en bepaalde lijfrenteaanspraken en bezittingen voor persoonlijk gebruik vallen in beginsel niet in box 3.

Wanneer betaal je belasting in box 3?

Voor de forfaitaire berekening wordt gekeken naar je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Tijdelijk vermogen verschuiven rond de peildatum kan onder de regels tegen peildatumarbitrage vallen.

Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 € 59.357 per persoon. Voor fiscale partners is dat samen € 118.714. Dit heffingsvrije vermogen geldt bij de forfaitaire berekening. Bij de berekening van het werkelijke rendement geldt géén heffingsvrij vermogen.

Hoe werkt de berekening van box 3 in 2026?

Voor de voorlopige forfaitaire berekening over 2026 gebruikt de Belastingdienst de volgende rendementspercentages:

  1. Banktegoeden en belastbaar contant geld: 1,28%.
  2. Overige bezittingen, zoals beleggingen en vastgoed: 6,00%.
  3. Aftrekbare schulden: 2,70%.

Over het berekende box 3-inkomen betaal je in 2026 36% inkomstenbelasting. De percentages voor de voorlopige aanslag kunnen nog worden aangepast wanneer de definitieve percentages worden vastgesteld.

Rekenvoorbeeld box 3 2026

Stel: je hebt op 1 januari 2026:

  • € 100.000 spaargeld;
  • € 200.000 aan beleggingen;
  • geen schulden;
  • geen fiscale partner.

Het forfaitaire rendement bedraagt:

  • spaargeld: € 100.000 × 1,28% = € 1.280;
  • beleggingen: € 200.000 × 6,00% = € 12.000.

Het totale forfaitaire rendement is € 13.280. Het totale vermogen bedraagt € 300.000. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen van € 59.357 resteert een grondslag sparen en beleggen van € 240.643. Dat is ongeveer 80,21% van de rendementsgrondslag.

Ongeveer € 10.652 van het forfaitaire rendement wordt daardoor aan de belastbare grondslag toegerekend. Bij een tarief van 36% komt de box 3-belasting in dit voorbeeld uit op ongeveer € 3.835.

Tegenbewijs: lager werkelijk rendement

Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kan het lagere werkelijke rendement worden gebruikt. Vanaf belastingjaar 2025 geef je het werkelijke rendement rechtstreeks door in de aangifte inkomstenbelasting.

Bij het werkelijke rendement tellen onder andere rente, dividend, huur en gerealiseerde én ongerealiseerde waardeveranderingen mee. Je kijkt naar het volledige box 3-vermogen. Gewone kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar. Rente op box 3-schulden kan wel worden meegenomen.

Let op: bij de berekening van het werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst vergelijkt de toepasselijke berekeningen en gebruikt de voor jou voordeligste uitkomst.

Verhuurd vastgoed in box 3

Een tweede woning of verhuurde woning valt in beginsel in box 3. Voor woningen wordt bij de forfaitaire berekening doorgaans uitgegaan van de WOZ-waarde.

Bij verhuurde woningen met huurbescherming kan onder voorwaarden de leegwaarderatio worden toegepast. Voor 2026 bedraagt de waardering afhankelijk van de verhouding tussen jaarhuur en WOZ-waarde 73% tot 100% van de WOZ-waarde. Bij tijdelijke verhuur geldt de leegwaarderatio niet. Ook in bepaalde niet-zakelijke verhuursituaties geldt de leegwaarderatio niet en wordt uitgegaan van de WOZ-waarde.

Box 3-nieuws: waar gaat het heen?

Het huidige box 3-stelsel is een overgangsstelsel. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is gericht op belastingheffing over het werkelijke rendement. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Eind oktober 2026 heeft het kabinet echter aangegeven dat, mede naar aanleiding van uitvoeringstoetsen en adviezen, ook het beste moment van invoering opnieuw wordt beoordeeld. De datum van 1 januari 2028 moet daarom nog niet als definitief worden gezien en zal waarschijnlijk verder naar de toekomst verschuiven.

Box 3 en je BV: waarom dit samenhangt

Het vermogen en de bezittingen van een BV vallen niet in jouw box 3. De BV betaalt vennootschapsbelasting over haar fiscale resultaat. Heb je 5% of meer van de aandelen in de BV, dan heb je een aanmerkelijk belang en vallen deze aandelen in box 2. Over bijvoorbeeld dividenduitkeringen en verkoopwinst op de aandelen kan box 2-belasting verschuldigd zijn.

Of het verstandig is om privévermogen in een BV onder te brengen, hangt af van onder andere de omvang en samenstelling van het vermogen, het verwachte rendement, de beleggingshorizon, de vennootschapsbelasting, de uiteindelijke box 2-heffing en de jaarlijkse kosten van de BV. Een BV is dus niet automatisch voordeliger. Laat de vergelijking vooraf doorrekenen voordat je een BV opricht.

Box 3 in je belastingaangifte

De reguliere aangiftetermijn voor de inkomstenbelasting loopt doorgaans tot 1 mei van het volgende jaar, tenzij je uitstel hebt gekregen. Veel Nederlandse bank- en beleggingsgegevens zijn vooraf ingevuld, maar je blijft zelf verantwoordelijk voor een juiste en volledige aangifte.

Let vooral op buitenlandse rekeningen, cryptovaluta, uitgeleend geld, vorderingen op de eigen BV, buitenlands vastgoed en tweede of verhuurde woningen.

FAQ

Veelgestelde vragen over box 3

Wat houdt box 3 precies in?

Box 3 is het onderdeel van de inkomstenbelasting dat gaat over je privévermogen, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning. De Belastingdienst berekent de belasting in eerste instantie op basis van een forfaitair rendement. Daarbij is voor de forfaitaire berekening je vermogen op 1 januari bepalend en geldt een heffingsvrij vermogen. Is je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, dan kan het lagere werkelijke rendement worden gebruikt.

Wat is het box 3-belastingtarief?

In 2026 is het box 3-belastingtarief 36%. Dit tarief betaal je niet over je vermogen zelf, maar over het berekende rendement. Voor de voorlopige forfaitaire berekening gelden in 2026 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor aftrekbare schulden. Is je werkelijke rendement lager, dan kan het lagere werkelijke rendement worden gebruikt.

Wanneer betaal je geen belasting in box 3?

In 2026 betaal je in de forfaitaire berekening geen box 3-belasting als je vermogen op 1 januari onder het heffingsvrije vermogen van € 59.357 per persoon blijft. Voor fiscale partners is dit samen € 118.714. Zit je boven deze grens, dan kan de belasting toch lager uitvallen of nihil zijn als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Let op: bij de berekening van het werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen.

Valt het vermogen van mijn BV in box 3?

Nee. Het vermogen en de bezittingen van je BV vallen niet in jouw box 3. De BV betaalt vennootschapsbelasting over haar fiscale resultaat. Heb je 5% of meer van de aandelen in de BV, dan heb je een aanmerkelijk belang en vallen deze aandelen in box 2. Over bijvoorbeeld dividenduitkeringen en verkoopwinst op de aandelen betaal je belasting in box 2, niet in box 3.

Is het verstandig om mijn spaargeld of beleggingen in een BV te stoppen?

Dat hangt af van de omvang en samenstelling van je vermogen, het verwachte rendement, je beleggingshorizon en de jaarlijkse kosten van een BV. Bij vermogen in een BV krijg je te maken met vennootschapsbelasting en uiteindelijk box 2-belasting. Of een BV voordeliger is dan privé beleggen, verschilt daarom per situatie. Laat dit vooraf doorrekenen voordat je een BV opricht. Plan daarvoor een gratis kennismakingsgesprek van 30 minuten.

Hoe geef ik een lager werkelijk rendement door?

Vanaf belastingjaar 2025 geef je je werkelijke rendement rechtstreeks door in de aangifte inkomstenbelasting. Je berekent het werkelijke rendement over je volledige box 3-vermogen. Daarbij tellen onder andere rente, dividend en huur mee, maar ook gerealiseerde en ongerealiseerde waardestijgingen en waardedalingen. Gewone kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar; rente op box 3-schulden kan wel worden meegenomen.

Vragen over je eigen situatie?

Een kennismakingsgesprek is gratis en vrijblijvend. Liever meteen weten wat het kost? Vraag een offerte aan.