Kennisbank

Belasting over aandelen in 2026: privé beleggen of via een BV?

Illustratie van een werkplek bij het raam in een Amsterdams grachtenpand, symbool voor privé beleggen en box 3

Beleg je privé in aandelen, dan vallen die aandelen in beginsel in box 3, in de categorie 'beleggingen en andere bezittingen'. Onder de huidige box 3-regels wordt eerst een fictief rendement berekend. Is je werkelijke rendement lager, dan kan de regeling voor werkelijk rendement gunstiger zijn. Houd je direct of indirect minimaal 5% van de aandelen in één vennootschap, dan is doorgaans sprake van een aanmerkelijk belang en valt dat belang in box 2.

Aandelen vallen in box 3 onder beleggingen en andere bezittingen

Box 3 maakt voor de fictieve berekening onderscheid tussen banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen, en schulden. Een normale aandelenportefeuille behoort tot beleggingen en andere bezittingen. Hieronder vallen onder meer aandelen, beleggingsfondsen, obligaties, crypto en bepaalde onroerende zaken.

Voor 2026 bedraagt het fictieve rendementspercentage voor beleggingen en andere bezittingen 6,00%. Het box 3-tarief is 36%. Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 € 59.357 per persoon en € 118.714 voor fiscale partners samen.

Voor de fictieve berekening maakt het in beginsel niet uit of je een defensieve dividendportefeuille of meer volatiele groeiaandelen bezit: beide vallen in dezelfde categorie. Bij de berekening op basis van werkelijk rendement zijn de daadwerkelijk ontvangen inkomsten en waardeveranderingen juist wel relevant.

Wanneer betaal je belasting over aandelen?

Bij de fictieve box 3-berekening is 1 januari de peildatum. De waarde en samenstelling van je box 3-vermogen op die datum vormen de basis voor de berekening over dat belastingjaar. Koop je bijvoorbeeld pas in maart aandelen, dan behoren die aandelen niet tot je bezittingen op de peildatum voor de fictieve berekening van datzelfde jaar.

Een gerealiseerde koerswinst wordt binnen de fictieve methode niet afzonderlijk belast en een koersverlies is binnen die methode niet afzonderlijk aftrekbaar. Dividend wordt evenmin als een apart box 3-inkomensbestanddeel belast. Bij de berekening van het werkelijke rendement tellen ontvangen dividend én gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen echter wel mee.

Heb je een fiscale partner, dan is het gezamenlijke heffingsvrije vermogen in 2026 € 118.714. De fiscale verdeling van de gezamenlijke box 3-grondslag kan invloed hebben op de uiteindelijke belastingheffing.

Let op de 5%-grens

Heb je, eventueel samen met je fiscale partner en rekening houdend met de wettelijke regels, direct of indirect minimaal 5% van de aandelen in een vennootschap, dan kan sprake zijn van een aanmerkelijk belang. Het belang valt dan in box 2 in plaats van box 3. In box 2 worden onder meer dividend en verkoopwinst belast. In 2026 bedraagt het box 2-tarief 24,5% tot € 68.843 belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en 31% over het meerdere.

Rekenvoorbeeld: box 3-belasting over € 300.000 aandelen in 2026

Stel: je hebt op 1 januari 2026 een aandelenportefeuille van € 300.000, geen relevante andere box 3-bezittingen of schulden en geen fiscale partner.

  • Waarde beleggingen: € 300.000
  • Fictief rendement (6,00%): € 18.000
  • Heffingsvrij vermogen: € 59.357
  • Grondslag sparen en beleggen: € 240.643
  • Aandeel grondslag in rendementsgrondslag: 80,21%
  • Belastbaar fictief rendement (afgerond): € 14.438
  • Box 3-belasting (36%, afgerond): € 5.198

Dit is de berekening volgens de fictieve methode. Is het werkelijke rendement over het totale box 3-vermogen lager, dan kan de berekening op basis van werkelijk rendement tot een lagere heffing leiden.

Werkelijk rendement: wanneer is dat gunstiger?

Onder de huidige tegenbewijsregeling vergelijkt de Belastingdienst het fictieve rendement met het werkelijke rendement als je het werkelijke rendement doorgeeft. Vanaf belastingjaar 2025 kan dit in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst gebruikt de voor jou voordeligste berekening.

Bij werkelijk rendement wordt gekeken naar het totale box 3-vermogen over het kalenderjaar. Voor aandelen tellen ontvangen dividenden en waardestijgingen of waardedalingen mee, ook als de aandelen niet zijn verkocht. Veranderingen tijdens het jaar zijn bij deze methode eveneens relevant.

Een belangrijk verschil met de fictieve methode is dat bij de berekening van het werkelijke rendement géén heffingsvrij vermogen geldt. Winst op het ene vermogensbestanddeel en verlies op een ander bestanddeel worden binnen hetzelfde jaar met elkaar verrekend. Is het totale werkelijke rendement negatief, dan wordt het op € 0 gesteld. Een negatief rendement kan niet naar een ander jaar worden doorgeschoven.

De meeste gemaakte kosten zijn bij de huidige berekening van werkelijk rendement niet aftrekbaar. Rente op een box 3-schuld kan onder de daarvoor geldende regels wel worden meegenomen.

Nederlandse dividendbelasting

Op dividend van Nederlandse beursvennootschappen wordt doorgaans 15% dividendbelasting ingehouden. Voor een in Nederland belastingplichtige particuliere belegger is Nederlandse dividendbelasting in beginsel een voorheffing die in de aangifte inkomstenbelasting kan worden verrekend.

Amerikaanse aandelen en bronbelasting

Amerikaanse aandelen die tot je privévermogen behoren, worden voor box 3 in beginsel op dezelfde manier behandeld als andere beursgenoteerde aandelen. Op Amerikaanse dividenden kan daarnaast Amerikaanse bronbelasting worden ingehouden. Het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten kan het Amerikaanse inhoudingspercentage beperken wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Bij veel brokers wordt daarvoor een W-8BEN-formulier gebruikt.

De Nederlandse verrekening van buitenlandse bronbelasting kent voorwaarden en begrenzingen. Hoeveel daadwerkelijk kan worden verrekend hangt daarom af van de persoonlijke situatie en de toepasselijke regels voor voorkoming van dubbele belasting. Controleer ook of de broker de juiste verdragsdocumentatie heeft verwerkt.

Aandelen beleggen via een BV

Houdt een BV de beleggingsportefeuille aan, dan valt die portefeuille niet in de privéheffing van box 3. De resultaten behoren in beginsel tot de fiscale winst van de BV. Dividend en belastbare koersresultaten kunnen daardoor in de vennootschapsbelasting terechtkomen.

De fiscale verwerking van waardeveranderingen hangt mede af van de aard van de belegging en het toegepaste waarderingsstelsel binnen de fiscale regels, waaronder goed koopmansgebruik. Een waarderingsmethode is dus niet simpelweg ieder jaar vrij te kiezen; bestendige toepassing is een belangrijk uitgangspunt.

Het vennootschapsbelastingtarief bedraagt in 2026 19% over het belastbare bedrag tot en met € 200.000 en 25,8% over het meerdere. Verliezen van de BV kunnen, binnen de wettelijke voorwaarden voor verliesverrekening, met belastbare winsten worden verrekend.

Wanneer winst vervolgens vanuit de BV naar privé wordt uitgekeerd, kan daarnaast box 2-heffing verschuldigd zijn. In 2026 geldt 24,5% tot € 68.843 belastbaar box 2-inkomen en 31% over het meerdere. Laat je rendement in de BV en herbeleg je het, dan wordt de box 2-heffing over een dividenduitkering in beginsel uitgesteld totdat daadwerkelijk wordt uitgekeerd.

Een BV brengt daarnaast vaste lasten mee, zoals administratie, het opstellen van de jaarrekening, de aangifte vennootschapsbelasting en deponering bij de Kamer van Koophandel. Bij een speciaal opgerichte beleggings-BV komen daar ook oprichtingskosten bij. Wat een beleggings-BV kost en hoe die werkt, lees je in beleggings-BV oprichten.

Is een beleggings-BV voordeliger dan privé beleggen?

Er bestaat geen vaste vermogensgrens waarboven een BV altijd voordeliger is. Een vergelijking moet minimaal rekening houden met de omvang van de portefeuille, het verwachte werkelijke rendement, het soort rendement (dividend en koersresultaat), het heffingsvrije vermogen, de tegenbewijsregeling, de vennootschapsbelasting, box 2, de beleggingshorizon, het moment waarop geld naar privé wordt gehaald en de jaarlijkse kosten van de BV.

Een laag verwacht rendement betekent dus niet automatisch dat een BV fiscaal aantrekkelijker is. Ook privé kan de huidige regeling voor werkelijk rendement bescherming bieden als het werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement. Daar staat tegenover dat de systematiek van een BV anders werkt en dat het uitstellen van box 2-heffing bij langdurig herbeleggen in sommige situaties relevant kan zijn. De uitkomst moet daarom worden doorgerekend. Hoe je die afweging maakt, staat in beleggen vanuit een BV of privé.

Wat verandert er mogelijk vanaf 2028?

Het kabinet streeft naar invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aangenomen. De Eerste Kamer heeft de stemming uitgesteld, omdat het kabinet eerst aanpassingen wil doorvoeren; die zijn aangekondigd voor Prinsjesdag 2026. Overwogen worden onder meer verliesverrekening met een jaar terug en een box 3-tarief van 35% in plaats van 36%. De invoeringsdatum en de uiteindelijke vorm zijn daarom nog niet definitief.

Het voorstel is erop gericht om box 3 structureel meer te baseren op werkelijk rendement. Dat kan de vergelijking tussen privé beleggen en beleggen via een BV wezenlijk veranderen. Wie een keuze maakt met een horizon die doorloopt tot 2028 en daarna, doet er daarom verstandig aan zowel de huidige regels als het voorgestelde nieuwe stelsel in de berekening mee te nemen.

Overbrengen van privébeleggingen naar een eigen BV

Het overbrengen van een privéportefeuille naar een eigen BV moet zorgvuldig en zakelijk worden vastgelegd. Daarbij kunnen onder meer de waarde in het economisch verkeer, de wijze van inbreng of verkoop, de financiering en de administratieve verwerking relevant zijn. Meer daarover in privévermogen inbrengen in een BV.

Daarnaast kent box 3 regels tegen peildatumarbitrage. Tijdelijke verschuivingen rond 1 januari die hoofdzakelijk zijn bedoeld om box 3-heffing te verminderen, kunnen onder voorwaarden worden genegeerd. Een structurele keuze voor beleggen via een BV moet daarom niet worden behandeld als een eenvoudige tijdelijke verschuiving rond de peildatum.

Conclusie

In 2026 is privé beleggen in aandelen in beginsel belast in box 3 tegen een fictief rendement van 6,00% voor beleggingen en andere bezittingen, met een box 3-tarief van 36% en een heffingsvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Is het werkelijke rendement lager, dan kan de berekening op basis van werkelijk rendement gunstiger zijn.

Een beleggings-BV kan in bepaalde situaties interessant zijn, maar is niet automatisch voordeliger vanaf een bepaald portefeuillebedrag. De combinatie van vennootschapsbelasting, eventuele box 2-heffing, uitstel van privéheffing, jaarlijkse kosten en de verwachte rendementen bepaalt de uitkomst.

Wil je weten welke route in jouw situatie het meest passend is? Nummerix rekent de vergelijking voor je door op basis van je portefeuille, je verwachte rendement, je beleggingshorizon en de vraag of je het rendement wilt herbeleggen of privé wilt gebruiken. Laat het doorrekenen.

FAQ

Veelgestelde vragen

Betaal je belasting als je aandelen met winst verkoopt?

Niet rechtstreeks. Verkoop je privé gehouden aandelen die in box 3 vallen met winst, dan wordt die verkoopwinst niet afzonderlijk belast zoals dat in box 2 of binnen een BV gebeurt.

Bij de fictieve berekening in box 3 wordt voor 2026 uitgegaan van de waarde van je beleggingen op 1 januari en een fictief rendement. Voor beleggingen en andere bezittingen bedraagt dit fictieve rendement in 2026 6,00%. Over het berekende box 3-inkomen betaal je 36% belasting.

Er is echter een belangrijke uitzondering. Als je gebruikmaakt van de regeling voor werkelijk rendement, tellen de werkelijke inkomsten en waardeveranderingen van je aandelen gedurende het jaar mee. Daaronder vallen zowel dividend als koersstijgingen en koersdalingen. Een koerswinst kan daardoor wel onderdeel zijn van het werkelijke rendement in box 3. De Belastingdienst gebruikt de berekening die voor jou het voordeligst is: het fictieve of het werkelijke rendement.

Moet ik aandelen die ik in de loop van het jaar heb gekocht aangeven?

Voor de fictieve box 3-berekening is de peildatum 1 januari bepalend. Koop je bijvoorbeeld in juni 2026 aandelen, dan behoren deze aandelen niet tot je vermogen op de peildatum van 1 januari 2026. Voor de fictieve berekening tellen ze daarom pas mee als je ze op 1 januari 2027 nog bezit.

Bij de berekening op basis van werkelijk rendement werkt dit anders. Daarbij kijkt de Belastingdienst ook naar veranderingen in je vermogen gedurende het kalenderjaar. Koop je in juni aandelen, dan telt het rendement dat je vanaf de aankoop met deze aandelen behaalt mee bij je werkelijke rendement over dat jaar. Verkoop je de aandelen vóór het einde van het jaar weer, dan kan het gedurende de bezitsperiode behaalde rendement dus nog steeds meetellen.

Let daarnaast op de regels voor peildatumarbitrage. Tijdelijke verschuivingen van vermogen rond 1 januari die zijn gericht op het verlagen van de box 3-heffing, kunnen onder voorwaarden worden gecorrigeerd.

Wat kan ik doen als mijn portefeuille verlies heeft gemaakt?

Heeft je aandelenportefeuille verlies gemaakt, dan kan de regeling voor werkelijk rendement gunstig zijn. Je kunt je werkelijke rendement doorgeven aan de Belastingdienst. Is dit lager dan het fictieve rendement, dan gebruikt de Belastingdienst de voor jou voordeligste berekening.

Bij het werkelijke rendement tellen niet alleen ontvangen dividend en rente mee, maar ook gerealiseerde en ongerealiseerde waardestijgingen en waardedalingen. Daarbij wordt gekeken naar je totale box 3-vermogen. Een verlies op aandelen kan dus binnen hetzelfde kalenderjaar worden verrekend met bijvoorbeeld rente, dividend of winst op andere box 3-bezittingen.

Is je totale werkelijke rendement over het jaar negatief, dan wordt het rendement voor de berekening op € 0 gesteld. Het resterende verlies levert geen aparte aftrekpost op en kan niet worden verrekend met het werkelijke rendement van andere jaren.

Let op: bij de berekening op basis van werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen.

Krijg ik ingehouden dividendbelasting terug?

Op dividend van Nederlandse aandelen wordt doorgaans 15% dividendbelasting ingehouden. Woon je in Nederland en ben je particulier, dan is deze Nederlandse dividendbelasting in beginsel een voorheffing die je in je aangifte inkomstenbelasting kunt verrekenen.

De ingehouden dividendbelasting staat dus niet los van je uiteindelijke inkomstenbelasting. Als de verrekenbare voorheffingen hoger zijn dan de inkomstenbelasting die je uiteindelijk verschuldigd bent, kan dit leiden tot een belastingteruggaaf.

Bij dividend uit buitenlandse aandelen kan buitenlandse bronbelasting worden ingehouden. Of en hoeveel daarvan je in Nederland kunt verrekenen, hangt onder meer af van het belastingverdrag met het betreffende land en de Nederlandse regels ter voorkoming van dubbele belasting. Is in het buitenland meer belasting ingehouden dan volgens het belastingverdrag is toegestaan, dan moet je het te veel ingehouden bedrag doorgaans in het betreffende buitenland terugvragen.

Is beleggen in aandelen vanuit een BV altijd voordeliger?

Nee. Of beleggen via een BV voordeliger is dan privé beleggen in box 3 hangt af van onder meer de omvang van je portefeuille, het verwachte rendement, de beleggingshorizon, de jaarlijkse kosten van de BV en de vraag of je het rendement in de BV laat zitten of naar privé wilt uitkeren.

Bij privé beleggen kan de regeling voor werkelijk rendement gunstig zijn als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement. Een laag verwacht rendement betekent daarom niet automatisch dat een BV fiscaal voordeliger is.

In een BV worden de beleggingsresultaten in beginsel belast met vennootschapsbelasting. Keer je de winst vervolgens uit naar privé, dan kan daarnaast box 2-belasting verschuldigd zijn. Laat je de winst langere tijd in de BV en herbeleg je deze, dan kun je de box 2-heffing over een dividenduitkering uitstellen.

Daar staan de jaarlijkse administratiekosten van een BV tegenover. Er bestaat daarom geen vast portefeuillebedrag of rendementspercentage waarbij een BV altijd voordeliger is. Laat beide situaties doorrekenen voordat je besluit beleggingen naar een BV over te brengen of hiervoor een nieuwe BV op te richten.

Kan ik mijn aandelenportefeuille zomaar overdragen aan mijn eigen BV?

Ja, je kunt een privé-aandelenportefeuille overdragen aan je eigen BV, maar de overdracht moet zorgvuldig en zakelijk worden uitgevoerd en vastgelegd.

Dat kan bijvoorbeeld door de aandelen tegen de waarde in het economisch verkeer aan de BV te verkopen. De BV kan de koopsom betalen, maar het is ook mogelijk dat de koopprijs geheel of gedeeltelijk als een vordering van jou op de BV blijft staan. Afhankelijk van de situatie kan vermogen ook als kapitaal in de BV worden ingebracht.

De gekozen route bepaalt mede hoe de transactie bij jou privé en in de BV wordt verwerkt. Leg daarom onder meer de waarde van de portefeuille op het moment van overdracht en de financiële afspraken tussen jou en de BV goed vast.

Houd daarnaast rekening met de box 3-regels rond de peildatum van 1 januari. Voor tijdelijke verschuivingen van vermogen rond de jaarwisseling gelden regels tegen peildatumarbitrage. Een structurele overdracht aan een BV moet daarom duidelijk worden onderscheiden van een tijdelijke verschuiving die uitsluitend is bedoeld om box 3-heffing te verminderen.

Laat vooraf bepalen welke route fiscaal en juridisch het meest geschikt is. Achteraf een onjuist uitgevoerde overdracht herstellen is doorgaans ingewikkelder dan de transactie vooraf goed structureren.

Vragen over je eigen situatie?

Een kennismakingsgesprek is gratis en vrijblijvend. Liever meteen weten wat het kost? Vraag een offerte aan.